Studenten worden 'change agents' in de transitie.

Ruim acht jaar geleden werkten we met het Netwerk Rechtvaardigheid & Vrede aan een inspiratieboek voor eco-spiritualiteit. Hierbij namen we het ‘VN Handvest van de Aarde’ (2000) als leidraad. Dit handvest plaatst de klimaatproblematiek in een breed perspectief en legt verbanden met sociale en economische rechtvaardigheid, democratie en vrede. 

Door mij in deze thema’s te verdiepen, werd het nog meer duidelijk dat wat wij hier en nu doen en beslissen, gevolgen heeft voor de rest van de wereld; dat wat slecht is voor de natuur, op korte of lange termijn ook slecht is voor de mens; dat problemen ‘ver van ons bed’ omwille van energieschaarste, ongelijkheid, ongeletterdheid, gezondheid, politiek wanbeleid, … vroeg of laat ook de onze worden, of we er nu blind voor willen blijven of niet. Kortom, alles heeft met alles te maken, en niets en niemand staat geïsoleerd binnen het geheel. Hoog tijd dus om de mens van zijn voetstuk te halen en hem terug te plaatsen in de natuur, waar hij deel van uitmaakt en afhankelijk van is om te overleven. 

Deze inzichten nam ik met me mee toen ik in 2010 startte als docent binnen het studiegebied Sociaal Agogisch Werk van de Katholieke Hogeschool VIVES. Ik kreeg er meteen de opdracht om mee te werken aan een driejarig internationaal programma over ‘Social Work and Sustainable Development’ (SoS!). Uit interesse sloot ik me aan bij het lerend netwerk ‘Oriëntatie van sociaal werk op duurzame ontwikkeling', van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse Overheid. De ontmoetingen binnen deze netwerken en projecten waren een bron van inspiratie, en resulteerden onder andere in het expliciteren van de link tussen mijn verschillende vakken en duurzame ontwikkeling. Het boek “Een veerkrachtige samenleving” van Jef Peeters gaf me daarbij een extra ondersteunend referentiekader.

Tine IMG 3320Tijdens de lessen had ik interessante discussies met studenten over hun rol als “change agents” in het hele transitieverhaal naar een beter klimaat. Talrijke voorbeelden van lokale initiatieven die van onderuit het verschil maken, kwamen aan bod, zoals repair cafés, deelpleinen, stadsboerderijen, … de ‘kleine revoluties’ zoals Rik Pinxten ze in zijn gelijknamig boek noemt. Ik wees mijn studenten op hun rol als sociaal werker en het belang van een structurele aanpak, om vanuit een kritisch constructieve houding niet alleen een signaalfunctie uit te oefenen, maar ook voorstellen te formuleren voor een duurzamer beleid. 

Beleidsmakers minimaliseren soms al te gemakkelijk sociale en ecologische uitdagingen tot individuele problemen, en schuiven daarbij vaak de maatschappelijke verantwoordelijkheid van zich af. Uiteraard zullen de vele individuele inspanningen zoals warme truien dag, de verwarming een graadje lager, goed isoleren, openbaar vervoer, … zeker helpen, maar een duurzaam beleid blijft de essentiële katalysator voor al deze initiatieven. Wat heb je bijvoorbeeld aan een graadje minder stoken, als de energiebron nog steeds voortkomt uit vervuilende fossiele brandstoffen? Wat heb je aan het goede voornemen meer gebruik te willen maken van het openbaar vervoer, als je (zoals in mijn geval) na 18u30 geen bus huiswaarts meer kan nemen vanuit het treinstation? 

Sinds het academiejaar 2014-2015 ben ik verantwoordelijk voor internationalisering binnen VIVES. De Hogeschool vervult de belangrijke maatschappelijke opdracht om studenten de competenties voor de 21e eeuw (OESO) bij te brengen. Duurzaam handelen en internationale competenties zoals talenkennis, interculturele vaardigheden en internationale betrokkenheid, zijn daarbij essentieel. Het is belangrijk dat jonge mensen de kans krijgen de wereld te zien om ervan te leren. Ontmoetingen met andere mens- en wereldbeelden bieden immers heel wat inspiratie om zich te engageren, en te ontplooien tot kritische en verantwoordelijke wereldburgers.

Tine IMG 6179Ter illustratie geef ik graag enkele citaten uit recente reflectieverslagen van studenten:

“Het Deense duurzaamheidsbeleid is zeer goed georganiseerd. Je krijgt geld als je plastic flessen en blikjes terug brengt. Met drie lege blikjes kon je al een nieuw blikje kopen. De fietspaden zijn er subliem, soms breder dan de straten in België, je ziet er dan ook veel meer mensen fietsen. Er zijn taksen op producten die van ver komen, en producten met een kleinere ecologische voetafdruk zijn er goedkoper, net als de gezonde producten. De verschillen met de Belgische samenleving vind ik meestal verbeteringen. Ik heb hieruit veel geleerd en wil ook zelf duurzamer leven.”

“Ik ben me gedurende mijn buitenlandse ervaring in Tanzania veel bewuster geworden van het consumptiegedrag dat wij in Europa kennen. Hoe is het mogelijk dat wij zo veel dingen weggooien? Hoe is het mogelijk dat wij zoveel afval creëren? (...) Het is heel goed geweest voor mij om even in een maatschappij te leven waarin luxe niet vanzelfsprekend is. Dit heeft me enorm bewust gemaakt van al het overbodige waar wij over beschikken.”

 

De komende jaren wil ik verder ijveren om het mondiale en duurzame perspectief te integreren in de curricula van de verschillende opleidingen, zodat studenten die niet naar het buitenland kunnen gaan ook de kans krijgen om deze competenties eigen te maken.

Het klimaat verandert ook mij … in m’n privé leven. In de overvloed aan dagdagelijkse keuzes probeer ik zoveel mogelijk te opteren voor wat het minst vervuilend is voor mezelf en m’n omgeving. Ik probeer te gaan voor gezond, lokaal, minder vlees, Fair Trade, ecologisch, energiezuinig ,… Het maakt me gelukkig zo’n keuzes te kunnen maken, en het vereenvoudigt ook het keuzeproces op zich. 

Toch ervaar ik hierin heel wat dilemma’s. Als astmapatiënt en natuurliefhebber was de keuze om landelijk in de gezonde lucht te gaan leven vlug gemaakt. Maar we wonen dan wel verder weg van ons werk, de winkels, de socioculturele activiteiten, enzovoort. Met ons gezin van vier redden we het voorlopig nog met één auto, maar dat wordt moeilijker nu de kinderen starten met buitenschoolse activiteiten, en ook de avondactiviteiten vergen een omzichtige planning. We zijn fervent gebruiker van het openbaar vervoer (in afweging met de schaarste aan tijd om alles georganiseerd te krijgen), en kijken er dan ook naar uit dat het vlakbij gelegen treinstation ooit terug geopend mag worden. Ook in ons consumptiegedrag zijn we niet altijd even consequent. Omwille van de vlottere toegankelijkheid en het budget kiezen wij ook soms voor kledij, voeding en producten van de grotere winkelketens, met een vermoeden dat de herkomst ervan niet altijd even duurzaam is, en het besef dat er betere alternatieven voor handen zijn.

Ik droom van een wereld waarin alle bedrijfsleiders en beleidsmakers zelf duurzame keuzes maken waardoor mijn persoonlijke dilemma’s structureel worden opgelost; van een wereld waarin klimaat- en mensvriendelijke alternatieven voor iedereen toegankelijk en betaalbaar zijn… zodat we met zijn allen het klimaat ten goede kunnen veranderen.

 

 


Afbeelding1 Caritas int be cmyk 110px logocaritas 110px Afbeelding7  orbit2  Afbeelding2   Afbeelding6  welzijnsschakels  Wzz Logo 2 WEB