De tijdsgeest is op korte termijn fel veranderd.

Het klimaat verandert. De aarde warmt op. Ik mag me nog jong genoeg noemen om me tot de generatie te rekenen die min of meer met uitspraken als deze is opgegroeid. Reeds in de lagere school kreeg ik het harde verdict te horen: we zijn volop bezig onze aarde om zeep te helpen, maar ‘de grote mensen’ lijken niet in staat om in te zien dat we onze levensstijl dringend moeten aanpassen om hier verandering in te brengen.

Is dat inzicht er wel, dan is de daad bij het woord voegen de grote uitdaging. Maar zag ik toen al in hoeveel uitdagingen we als mensheid tegemoet zagen? Ik vermoed van niet.

Ook tijdens de vier prachtige jaren die ik als puber op weg naar volwassenheid op de Steinerschool in Gent doorbracht, schopten we elkaar figuurlijk nog veel sterker een geweten rond de problematiek. Ik was niet langer het kind dat lijdzaam toekeek hoe de volwassenen hun best deden het te verknoeien. Ik was de jongeman die zelf iets wilde veranderen, die ook leerde inzien dat er grijstinten bestonden tussen wit en zwart. Betekende dat dat ik op dat moment al inzag hoeveel impact we als mens op onze aarde hebben? Al iets beter misschien, maar het bleef voornamelijk bij theorieën, documentaires en verontrustende artikels in de krant.

Pas in 2012, toen ik in het kader van mijn Bachelorproef met de ngo Trias naar Tanzania trok, mocht ik zeggen dat de puzzelstukjes op zijn plaats vielen. Voor het eerst zag ik aan den lijve wat klimaatverandering doet, en hoeveel impact bepaald gedrag, of de onwil om bepaald gedrag te veranderen, heeft op mensen die soms duizenden kilometers verderop wonen. Ondanks het gigantische corruptieprobleem leerde ik Tanzania kennen als een land waar mensen hun dromen waarmaken, en dat soms in de meest eenvoudige zin van het woord. Ik ontdekte dat, bovenop de historische ontwikkelingsachterstand die het land met zijn bewoners opbouwde, het ook vandaag nog leeggezogen wordt om onze Westerse standaard hoog te houden. Het gaat dan over heel ingrijpende klimatologische veranderingen.

TanzaniaDe Masaï-boeren waarbij ik enkele dagen verbleef vertelden bijvoorbeeld dat ze in 9 maanden nog geen druppel regen gezien hadden, het kleine regenseizoen in het najaar was namelijk kurkdroog gebleven. Toch hielden ze koppig vol, ze wilden verder bouwen aan een betere toekomst voor hun kinderen. Ik botste ook op onbegrip toen enkele landbouwers vertelden dat zout, broodnodig om voedsel te kunnen bewaren, zo schaars was, terwijl het in massa geëxporteerd wordt om elders de straten ijsvrij te houden. Dat inzicht, dat we met onze levensstijl nog steeds bijdragen aan het verwoesten van de dromen van miljoenen anderen, was nieuw voor mij en heeft m’n ogen geopend. 

Sinds iets meer dan een jaar mag ik me dag in dag uit bezig houden met KLJ, de jeugdbeweging waarin ik als kind, jongere en jongvolwassene zoveel beleefd en geleerd heb. Vorige vrijdag vierden we ook met KLJ onze jaarlijkse feestdag, de dag van de jeugdbeweging. In Vlaanderen mogen honderdduizenden jonge mensen zich lid noemen van een jeugdbeweging. Tienduizenden van hen zijn leider of bestuurslid en bouwen actief mee aan hun omgeving. Dat doen ze door jonge mensen van heel diverse achtergrond te leren samenspelen en samenwerken. Ze doen het ook door concepten als solidariteit en milieubewustzijn niet vanuit de theorie te benaderen, maar ze al doende te ontdekken, in de praktijk te brengen en te verbeteren. 

Net als bij onze collega’s, zien we ook bij KLJ in dat we hierin als koepel een belangrijke rol spelen. Niet voor niets werken we dit jaar rond het jaarthema ‘KLJ Natuurlijk’, waarin we onze leden en bestuursleden willen meegeven hoe ze via eenvoudige, kleine veranderingen, hun voetafdruk, hun impact op mens en milieu, kunnen verkleinen. We willen hierin onze verantwoordelijkheid nemen, door zelf grondig na te denken over onze impact, door dit jaarthema niet als een thema voor één jaar te beschouwen maar als een startschot om ook in onze organisatie duurzamer te werken. 

Elke dag opnieuw beschouw ik het als een geschenk om samen met onze talrijke vrijwilligers en beroepskrachten de leiding over onze beweging mee te mogen dragen. Ondanks de vele uitdagingen die ons ongetwijfeld nog te wachten staan, ben ik er van overtuigd dat we de goede kant uitgaan. Ik noem me oprecht gelukkig dat ik nu leef, dat ik 26 jaar geleden geboren ben, en doorheen mijn groei naar volwassenheid heb gezien hoe fel de tijdsgeest op die relatief korte termijn veranderd is. Hoe het voor mij, en met mij voor heel veel mensen, een evidentie geworden is om voor groene, lokaal geproduceerde stroom te kiezen. Hoe ik voor energiezuinige toestellen kies omdat energieverbruik prioriteit gekregen heeft bij het in de markt zetten van toestellen ten koste van een drang naar groter en sterker. Hoe het voor mij een evidentie is om afval te sorteren en ervan te schrikken als ik op reis merk dat petflessen of blikjes gewoon bij het restafval gegooid worden. Hoe het voor mij een evidentie is om lokaal, duurzaam geproduceerd voedsel te kopen om mijn voedselkilometers laag te houden. Het gaat over politieke partijprogramma’s waarin duurzaamheid de laatste tientallen jaren een kernthema geworden is, terwijl zelfs ik me nog herinner dat het eerder randinformatie was toen ik kind was.

Dat alles stemt me hoopvol voor de toekomst. Maar dat wil niet zeggen dat we nu op onze lauweren moeten gaan rusten.

www.klj.be

www.dagvandejeugdbeweging.be 


Afbeelding1 Caritas int be cmyk 110px logocaritas 110px Afbeelding7  orbit2  Afbeelding2   Afbeelding6  welzijnsschakels  Wzz Logo 2 WEB