Welke band hebben we met ons voedsel en de landbouwers? 

 

"Er bestaat een grote verscheidenheid aan landelijke voedselproductiesystemen op kleine schaal die nog steeds een groot deel van de wereldbevolking voeden"

 

 

groenten

 

Uit de encycliek Laudato Si'

Er bestaat een grote verscheidenheid aan landelijke voedselproductiesystemen op kleine schaal die nog steeds een groot deel van de wereldbevolking voeden en daarbij een kleine proportie grond en water gebruiken. Op kleine landbouwpercelen, in groentetuinen, door jacht en pluk van bosvruchten of artisanale visvangst wordt ook minder afval geproduceerd.
De grootschalige bedrijven, vooral in de agrarische sector, drijven de kleine boeren ertoe hun gronden te verkopen of hun traditionele culturen op te geven. De pogingen van enkelen onder hen om over te schakelen naar andere, meer gediversifieerde productievormen mislukten omdat ze moeilijk aansluiting vinden bij de regionale of globale markten of omdat de infrastructuur van verkoop en transport in dienst staat van de grote bedrijven. (Laudato Si' 129)

 

Van buren, boeren en bouwers

Een fijne twijg noemt men ook wel eens een ‘teen’,
Of, in het oud-Nederlands: ‘thuun’.
Je kan ze vlechten en er een omheining van maken.
Zo ontstond het woord ‘tuin’.

Tuin, erf, hof, gaard, veld, lochting, akker, weide…
Het zijn eeuwenoude woorden, nauwelijks veranderd,
en met hun betekenis zelfs goed herkenbaar in verwante oude talen
zoals het oud-Noors, oud-Saksisch of Hoogduits
Zoek het maar eens op in een etymologisch woordenboek.

Logisch eigenlijk, want het gaat over de plaatsen
waar mensen hun voedsel winnen, nog steeds.
Plaatsen van levensbelang,
al durfde onze generatie daar wel eens aan te twijfelen.
Is voedsel immers niet spotgoedkoop,
alomtegenwoordig in de supermarkt,
en zelfs in de afvalcontainers?

Maar kijk, we zien nieuwe woorden opduiken,
zoals de Voedselteams, de Korte Keten,
of de CSA (Community Supported Agriculture)
waar mensen uit de buurt de boer bestaanszekerheid geven,
door in het begin van het jaar een vast bedrag te betalen
in ruil voor de levering van groenten gedurende het seizoen.

Of zoals de ‘Buurderij’,
waar buren samen online kopen,
rechtstreeks bij de boeren van de streek.

Nieuwe woorden zei je?
Hetzelfde etymologisch woordenboek levert een verrassing op.
De woorden ‘buur’, ‘boer’ en ‘(land)bouwer’ zijn familie van elkaar.
Ze stammen af van één oud woord.
Het leverde verschillende begrippen op,
zowel voor het samen bewonen als het verbouwen van het land.  

De Buurderij is dus geen nieuwe vondst,
maar de herontdekking van een eeuwenoude wijsheid:
Eet van wat de grond opbrengt, daar waar je woont
en samenwerkt en gemeenschap vormt
en bouwt aan een vruchtbare aarde,
ook voor wie na ons komt.

***

(Uit Van Dale Etymologisch woordenboek: bū(w)āri ‘boer, akkerbouwer’ (mhd. būwaere) is met achtervoegsel -āri als nomen agentis rechtstreeks gevormd bij het werkwoord būan ‘bewonen, verbouwen’ en heeft geleid tot nhd. Bauer ‘boer’. Het is dus homoniem met het tweede lid van Gebauer ‘buur’. Buur heeft als oorspronkelijke betekenis ‘bouwwerk’, vandaar buurt, geburen, bouwen.)

 

Uit de campagnefilm 2018 van Broederlijk Delen

 

 

 


BroederlijkDelen logoNEW FullColorWeb 160px Caritas int be cmyk 110px logocaritas 110px Afbeelding7 orbit2 paxchristiAfbeelding6 180228 LogoWZS 120px wzz logo vzw