Kerkfabriek en Centraal Kerkbestuur een eigen klimaatplan?

Ook al zijn parochies en federaties meestal geen eigenaar van hun parochiekerk, maar wel de gemeente of de kerkfabriek (zie toelichting), ze ervaren het wel als het centrum van hun gemeenschap. Het is de plaats van de samenkomst, op zondag en op de belangrijke momenten van het leven. Hier is bij uitstek een plaats waar een gelovige gemeenschap wil ervaren dat woorden en daden niet met elkaar in tegenspraak zijn.  
Logisch dat parochiegemeenschappen er op rekenen dat hun kerkfabriek werkt vanuit dezelfde inspiratie en waarden, en dat ze die vertaalt in hun beleid. En dat ze dus actief meestapt in de richting van een 'klimaatneutrale kerkgemeenschap'. Maar wat kan dit concreet betekenen?

De kerkfabriek als beheerder en/of eigenaar van de parochiekerk

Langetermijnbeleid

Met de ontwikkeling van de zgn. gemeentelijke langetermijnvisie of 'parochiekerkenplannen' is er veel in beweging. Zo hebben de kerkbesturen een beleidsplan opgesteld tot 2019. Voor de kerken die verder gebruikt worden voor de eredienst, beschreven ze daarin de  parochiekerk als gebouw, met onder meer de cultuurhistorische waarde, de architecturale mogelijkheden, de bouwfysische toestand, de mogelijkheid tot compartimentering. Ze onderzochten de plaats van de kerk in de ruimtelijke omgeving: sociaal, cultureel, stads- of dorpsgezicht, landschap... Ze onderzochten het actueel gebruik en de functie van de kerk en vroegen zich af of andere actoren geïnteresseerd zijn voor nevenbestemmingen.

Bij de stapsgewijze realisatie van deze visie, kunnen de kerkbesturen mee waken over de ecologische invalshoeken: groenestroomleverancier, verwarming, verlichting, compartimentering voor nevenactiviteiten of voor eigen activiteiten in een kleinere te verwarmen ruimte, het groenbeheer rondom de kerk, de mogelijkheden voor een eigen energieproductie, enz...  Als nog moet beslist worden welke kerken we behouden en welke niet, is het interessant om te kiezen voor de energiezuinigste kerken, die het vlotst te bereiken zijn met de fiets of het openbaar vervoer. Of om een zomer- en een winterkerk te hebben.

In veel gevallen zullen ze de gemeente hier als partner hebben. Steeds meer gemeentebesturen (momenteel 249 in België) onderschrijven de Europese Burgemeestersconvenant, en zeggen toe de CO2-uitstoot van de gemeente tegen 2030 met minstens 40% te verminderen. Het terugdringen van de CO2-uitstoot van de kerkgebouwen is hier een belangrijk element.

  • Onderschreef jouw gemeente de burgemeestersconvenant, en heeft ze al een actieplan ingediend? Je kan het hier vinden
  • Is de bespreking van het actieplan van de burgemeestersconvenant nog bezig? Zijn jullie hier bij betrokken? Indien niet, vraag dan om gehoord te worden. Breng zeker de mogelijkheden ter sprake van investeringen om het energieverbruik van parochiekerken terug te dringen.

Groene stroom

De snelste en gemakkelijkste manier om de CO2-uitstoot en/of ecologische voetafdruk te verkleinen is het overschakelen naar groene stroom. De CO2-uitstoot van groene stroom is minder dan 5% van de uitstoot van grijze stroom.
Overstappen naar een leverancier van groene stroom kost moeite noch geld. In de meeste gevallen brengt deze leverancier alles zelf in orde zodat je alleen nog je handtekening onder het nieuwe contract hoeft te zetten. Bovendien is groene stroom niet noodzakelijk duurder.
Op www.greenpeace.be staat een beoordeling van de groene stroomleveranciers. Een drietal krijgt een score van 20/20.

Hoewel kerkfabrieken juridisch autonoom kunnen beslissen over hun stroomleverancier, hebben ze in de parktijk vaak dezelfde leverancier als de gemeente. Als die nog niet overgestapt is naar een groenestroomleverancier, loont het de moeite om het gemeentebestuur aan te moedigen dit toch te doen. Een mooi voorbeeld zijn 7 gemeenten in het Waasland die samen een openbare aanbesteding deden voor een groenestroomleverancier. Alle kerken in die gemeenten zijn nu afnemer van groene windstroom.

Zelf groene stroom produceren

Heel wat kerkfabrieken wensten in het verleden groene stroom te produceren, bijvoorbeeld met zonnepanelen op het dak van de kerk. Het lijkt ook een goede optie: de meeste kerken zijn oost-west georiënteerd, en hebben dus een groot dak dat naar het zuiden gericht is. Voor beschermde kerken of kerken gelegen in een beschermd dorps- of stadsgezicht stuitten ze echter op een negatief advies van Erfgoed Vlaanderen.

Voor de niet-beschermde kerken blijft het echter een goede optie die het onderzoeken waard is. Een mooi voorbeeld is de parochiekerk van Sint-Anna-ten-Drieën in Antwerpen Linkeroever, die 45 zonnepanelen op het dak heeft en zijn eigen stroom produceert.

Een kerkfabriek mag geen risicodragend kapitaal inbrengen in projecten. Daarom zal het in de praktijk niet mogelijk zijn om te participeren in coöperatieve vennootschappen die groene stroom produceren, zoals bijvoorbeeld een windturbine. Zoiets kan bijvoorbeeld wel gebeuren door een parochiale vzw.

De verwarming van het kerkgebouw

De manier van verwarmen heeft een grote impact op de CO2-uitstoot en dus op de ecologische voetafdruk. De belangrijkste factoren zijn de verwarmingsbron en de isolatie.

Soms heb je kans om te investeren in een grondige vernieuwing van je verwarmingssysteem. 

  • Een nieuwe en veelbelovende sector, is die van de warmtenetten. Daarbij wordt de restwarmte van bvb een fabriek of verbrandingsoven opgevangen, en verdeeld aan afnemers in de buurt. Als je kerk in de buurt van zo’n project ligt, loont het de moeite om na te gaan of je afnemer kan worden. Meer info op de website van ODE (Organisatie Duurzame Energie): www.ode.be.
  • Wie zonnepanelen kan installeren, is goed af met vloerverwarming via vloermatten. Je gebruikt dan een zelf geproduceerde warmte, op de momenten dat het nodig is. Op andere momenten produceer je stroom voor het net.
  • Ook warmtepompen en ondiepe geothermie kan een goede optie zijn voor de verwarming van grote ruimten via vloerverwarming, radiatoren of luchtverwarming. Het VITO (Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek) begeleidt momenteel de verantwoordelijken van de Boskapel in Wolvertem-Meise.
  • Daarnaast is gas voorlopig de meest verantwoorde verwarmingsbron, waarbij natuurlijk een condensatieketel aangewezen is.

Als kerkraad heb je misschien niet meteen de middelen en de mogelijkheden om snel dure investeringen te doen. Daarom een reeks acties die je in elk gebouw kan uitproberen.

  • In een aantal kerken is een verplichte klimaatregeling opgelegd, bvb om het orgel, het hout of de wandtegels te beschermen tegen al te grote temperatuurschokken.
  • Voor kerken waar niet zo'n verplichte regeling aanwezig is, kunnen toch een aantal vuistregels gehanteerd worden. Stel de ruimtetemperatuur van de kerk in op 16-18°C als deze gebruikt wordt, afhankelijk van het soort verwarming. Bij vloerverwarming kan deze bijvoorbeeld enkele graden lager worden ingesteld dan bij luchtverwarming. Als de kerkgangers goed geïnformeerd zijn, zullen ze minder klagen over de lagere temperatuur.
  • Stel de ruimtetemperatuur van de kerk buiten gebruik in op 8°. Indien het systeem het toelaat kunt u de verwarming ook uitzetten. Het is dan wel raadzaam om de installatie te beveiligen tegen bevriezing.
  • Voor kerken die tijdens vorstperiodes niet verwarmd worden is het aan te raden om een systeem met luchtverwarming of stralingverwarming uit te voeren. Bij deze installatie kunnen immers geen bevriezingsproblemen optreden.
  • Is de kerk buiten het gebruik op zondag afgekoeld naar 8 à 10°C, dan mag men deze niet te snel opwarmen. Aanbevolen wordt slechts één à anderhalve graad temperatuurverhoging per uur toe te staan. Om een ruimtetemperatuur van 18°C te bereiken, dient men dus 8 à 9 uur voordien te starten met opwarmen. Als de ruimtetemperatuur in de kerkzaal is afgekoeld tot O°C moet men dus ca. 16u rekenen voor het opwarmen. Dit is met name voor het orgel gunstig en voorkomt uitdroging van het houtwerk door een te snelle opwarming (Van Heel).
  • Verklein het warmteverlies door zo min mogelijk kerkdeuren te gebruiken.
  • De verwarming kan je zeker al afzetten een half uurtje voor je afsluit, de warmte blijft nog wel even hangen.
  • Zorg voor een goede planning van het gebruik van de ruimte (maak eventueel langetermijnafspraken met gebruikers: het koor, het orkest, de organist …). Voorkom dat voor één repetitie, vergadering, … een heel kerkgebouw verwarmd moet worden. Laat deze planning door één persoon uitvoeren en laat de beheerders van verschillende (regio)kerken nauw samenwerken om tot een effectief gebruik van de verschillende ruimten te komen.
  • Overweeg om in de winter bepaalde vieringen, repetities, … in een ander lokaal of winterkapel te laten doorgaan.
  • Let op dat je de verwarming steeds dichtdraait in de lokalen wanneer ze niet gebruikt worden.

Eigen groen verdient een bloemetje

Het is een goede gewoonte om in de kerk bloemen en takken te gebruiken. Meestal worden bloemen gekocht maar het kan ook anders:

  • is er grond bij de kerk of pastorie? Plant daarin struiken, vaste planten en bollen die geschikt zijn voor het bloemschikken in de kerk.
  • Hou bij de keuze van struiken rekening met streekeigen, inheemse soorten.
  • Maak er een miniparadijs van voor vogels, vlinders, hommels en bijeen door ook soorten te planten die aantrekkelijk zijn voor deze dieren.
  • Voer snoeihout niet af, maar maak ergens een takkenberg of takkenwal. Vogels vinden hier bescherming en sommige soorten vinden er een nestgelegenheid (bijv. het winterkoninkje). Met water in de tuin doet u veel dieren een plezier. Dat hoeft geen vijver te zijn, maar kan ook een schaal met water zijn.
  • Je eigen kerktuin kan ook een goede plek zijn voor het ontvangen van mensen of voor activiteiten van bvb. catechese of voor het aanbieden van zinvol vrijwilligerswerk aan mensen in de parochie.
  • Als de kerk midden in een stad staat, kan je wellicht bakken en grote potten plaatsen en bijvoorbeeld eenjarige snijbloemen zaaien.
  • Mooie voorbeelden van kerktuinen vind je op de website: www.kerktuinen.nl

Wist je dat er traditiegetrouw in de adventstijd en de veertigdagentijd geen bloemen in de kerk gebruikt worden? Het zijn perioden van inkeer en bezinning: ook buiten is alles nog ‘ingekeerd’ in rust! In de advent kan je met groene takken werken. In de veertigdagentijd kan composities maken met bijvoorbeeld jute, zand en snoeihout. Voor ideeën: zie de werken van Tini Brugge op www.liturgischbloemschikken.nl  .

Als je bloemen koopt, kies dan voor soorten die bij het seizoen passen (geen chrysanten in mei en geen tulpen in december), en liefst van lokale teelt (niet ingevoerd per vliegtuig). Als het bloemen van buiten, van de ‘koude grond’ zijn, dan is er ook geen extra energie voor de serre nodig geweest.



De kerkfabriek als eigenaar van woningen

Heel wat kerkfabrieken hebben niet alleen woningen in eigendom, vaak verhuren ze die bij voorkeur ook aan kwetsbare doelgroepen.

  • Voor hen is het Sociaal Dakisolatieproject van de Vlaamse overheid een goede zaak. Alle woningen moeten sinds eind 2015 verplicht dakisolatie hebben. Eigenaars die een woning verhuren aan bepaalde kwetsbare doelgroepen en het dak ervan laten isoleren, kunnen hiervoor via de Energiesnoeiers een extra hoge premie krijgen. De Energiesnoeiers treden in dit project op als projectpromotor. D.w.z. dat ze het hele traject begeleiden: ze doen een energiescan, ze informeren eigenaar en huurder, gaan de technische haalbaarheid en mogelijkheden na, zoeken een aannemer, vragen de premie aan, enz. Download hier het document met het aanbod van Energiesnoeiers.  
  • Vanaf 2021 wordt voor alle nieuwbouwwoningen in heel de EU het bouwen volgens de principes van "Bijna Energieneutraal" (BEN) de nieuwe norm. Het is verstandig om die principes ook nu al toe te passen, ook bij grondige renovaties. Wie nu al BEN-bouwt, krijgt stevige premies en een korting op de onroerende voorheffing. BEN-woningen verbruiken weinig energie voor verwarming, ventilatie, koeling en warm water. En de ernergie die nog nodig is, produceert men grotendeels zelf. De extra investeringen in energiebesparende maatregelen en groene energie betalen zichzelf terug door een lage energiefactuur. Lees meer bij energiesparen.be en download een praktische gids.
  • Bij VIBE, het Vlaams Instituut voor Bio-Ecologisch bouwen en wonen, vind je info over gezond en milieuverantwoord bouwen en wonen.
  • ook op de websites energiesparen.be en de provinciale steunpunten duurzaam wonen en bouwen vind je nog tal van nuttige info. 



De kerkfabriek als eigenaar van landbouwgrond

Landbouwgronden zijn meestal verpacht aan actieve boeren. Volgens de pachtwet is dat voor periodes van 9-18-27 jaar.

Soms komt een stuk landbouwgrond weer vrij, en moet de kerkraad bepalen aan wie het opnieuw verpacht zal worden. Ook hier is het goed om bewust te kiezen voor een aantal duurzaamheidsdoelstellingen: innovatieve boeren die hun CO2-uitstoot terugdringen, producenten die lokaal voedsel willen telen, voor de korte keten, voor biologische landbouw, een zelfoogstboerderij of voor Community Supported Agriculture (CSA). Zelf kunnen boeren ook beroep doen op recente initiatieven die hun rol als voedselproducent versterken in deze tijd van transitie en groeiende aandacht voor duurzaamheid:

  • De coöperatie van De Landgenoten werd eind april 2014 opgericht door een netwerk van middenveldorganisaties: BioForum Vlaanderen, Bond Beter Leefmilieu, CSA Netwerk, De Kollebloem, De Wassende Maan, FIAN Belgium, Hefboom, Land-in-zicht, Landwijzer, Natuurpunt, Oxfam Solidariteit, Terre de Liens, Terre-en-vue, Velt, Voedselteams, Wervel en Widar.
    De Landgenoten zoekt landbouwgrond voor bioboeren, vaak startende bedrijven. Als grondeigenaar kan je de grond aan hen verkopen, of de grond met hun bemiddeling verpachten aan een boer. Lees meer.
  • Het CSA-netwerk vzw is een netwerk van bedrijven die werken volgens het principe van de Community Supported Agriculture.
  • Voedsel Anders is een beweging van organisaties die streven naar een overgang naar agro-ecologie. Agro-ecologie betekent dat we voedsel produceren op een manier die echt duurzaam is. Lokaal, met de natuur en de kringloop mee. Met respect voor de rechten, de kennis en de noden van de mensen die het produceren.
  • Het Innovatiesteunpunt van de Boerenbond staat boeren bij met gepast advies om hun bedrijf om te schakelen naar bio, naar vermindering van uitstoot, naar zelf energie produceren, enz...
  • Het Steunpunt Hoeveproducten biedt begeleiding en ondersteuning voor producenten die willen starten met thuisverkoop en verkoop via korte keten.
  • Korte keten is een manier van verkopen waarbij er een rechtstreekse band is tussen producent en consument. Op die manier kan de landbouwer zijn prijs, de productiemethode en het aanbod zelf bepalen. Met zo'n transparant systeem is hij niet enkel een ambassadeur voor zijn product maar voor de hele korte keten. Als consument krijg je in ruil superverse en kwaliteitsvolle producten recht van bij de boer. Zonder veel voedselkilometers of verpakkingsafval. En bovendien ondersteun je de lokale economie. In de korte keten vind je verschillende soorten verkooppunten: hoevewinkels, boerenmarkten, automaten, zelfpluktuinen, groenteabonnementen en voedselteams. Je vindt hen op de website Recht van bij de Boer

     

Checklist lokale groepen 

Ook in onze checklist 'Elke groep een klimaatplan' vinden Kerkraden en Centrale Kerkbesturen nog een reeks handige tips voor de dagelijkse werking in en rond het patrimoium dat ze beheren en de aankopen die ze doen.  



Parochiekerken, Kerkfabrieken, Centrale Kerkbesturen: een snelle kennismaking

Wie is eigenaar van de kerk?

Momenteel is bijna de helft van de parochiekerken volle eigendom van een kerkfabriek.

Veel oude parochiekerken zijn eigendom van de stad of de gemeente.
Dat komt omdat tijdens de Franse revolutie in 1795 de goederen van de kerk genationaliseerd werden en gedeeltelijk verkocht.

Op 15 juli 1801 werd er tussen Napoleon Bonaparte en paus Pius VII een concordaat afgesloten, dat bepaalde dat de niet verkochte kerken ter beschikking gesteld werden van de kerkelijke overheid. Gemeenten bleven eigenaar, maar de kerkgemeenschap kreeg het vruchtgebruik. Deze situatie is tot vandaag geldig voor veel kerken die dateren van voor 1810. Kathedralen zijn eigendom van de provincies.

Voor de kerken van na 1810 is de situatie verschillend. Soms is de gemeente eigenaar. Soms de kerkfabriek. Soms beiden. Soms een privé-instantie zoals een klooster, een abdij of een vzw. 

Enkele handige grafieken hierover staan in een artikel dat Erik De Smet schreef in Kerk en Leven.
Je kan ook de hele Atlas van het religieus erfgoed in Vlaanderen lezen op de website van het CRKC.

De Kerkfabriek

Wie de eigenaar ook is, een parochiekerk wordt altijd beheerd door een kerkfabriek.
Kerken die ontwijd worden en onttrokken aan de eredienst of verkocht voor andere doeleinden, worden natuurlijk niet langer beheerd door de kerkfabriek, maar door de (nieuwe) eigenaar.

Een kerkfabriek (van het Latijnse woord fabrica, 'constructie ten behoeve van het algemeen belang') is een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid. De kerkfabriek zorgt voor het onderhoud van het kerkgebouw, beheert de goederen en kapitalen bestemd voor de eredienst en draagt bij tot de waardigheid van de eredienst.
De kerkfabriek bestaat uit een kerkraad en een bureau. Om de 3 jaar wordt de helft van de kerkraad verkozen. De pastoor maakt van rechtswege deel uit van de kerkraad.
De gemeente moet bijdragen in de kosten bij onvoldoende inkomsten, een woning ter beschikking stellen van de pastoor of hem een woonstvergoeding betalen.

Het Centraal Kerkbestuur

In gemeenten waar meer dan 1 kerkfabriek actief is, is er ook een coördinerend orgaan: het centraal kerkbestuur. In steden met talrijke parochies, kunnen ook meerdere centrale kerkbesturen bestaan.
Centrale kerkbesturen overleggen met de kerkfabrieken over meerjarenplannen, budgetten en rekeningen, geven hen technische en administratieve steun, en treden op bij het overleg met het gemeentebestuur.

Niet enkel kerken

Al naargelang de lokale situatie, kan een kerkfabriek ook eigenaar zijn van een aantal onroerende goederen: de pastorie, (landbouw)gronden, huizen...
Sommige van die goederen leveren ook inkomsten op: pachtgelden, huurinkomsten...

Inkomsten en uitgaven

Zo'n 20% van de kerkfabrieken zijn zelfbedruipend. Toch worden ze geconfronteerd met stijgende lasten en dalende eigen inkomsten.
Zoals gezegd, zijn gemeenten verplicht om eventuele tekorten bij te passen.

De cijfers van 2009 geven een beeld van wat de gemeenten bijdragen:
- exploitatietekort: € 41 miljoen op een totaal van € 69 miljoen
- investeringstekort: € 16 miljoen
- rechtstreekse investeringen in kerkgebouwen: € 18 miljoen.

Hoewel kerkfabrieken een eigen beleid kunnen voeren, zijn ze in de praktijk genoodzaakt om dit te doen in overleg met het gemeentebestuur dat eventuele tekorten beheersbaar wil houden en noodzakelijke investeringen wil plannen en spreiden in de tijd.

Waardevol patrimonium

Samen vormen de kerken, kapellen en abdijen, met inbegrip van hun soms uniek kunstpatrimonium, het grootste museum van het land. Het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur vzw (CRKC) is het expertisecentrum voor religieus erfgoed in Vlaanderen en Brussel. Het zet zich sinds 1997 in voor het behoud, beheer en valorisatie van het religieus erfgoed in Vlaanderen

Ongeveer een derde van de kerken zijn bovendien beschermde monumenten. En nog meer kerken maken deel uit van een geschermd stads- of dorpsgezicht of landschap. Of ze staan opgelijst bij de 'gebouwen met erfgoedwaarde'. Zij zijn onderworpen aan het Onroerend Erfgoeddecreet en de uitvoeringsbesluiten die de premies regelen voor restaurantie en onderhoud.

Ook voor niet beschermde kerkgebouwen is er een decreet. Het regelt subsidies voor renovatie, en ook studies voor her- en nevenbestemming, en investeringen voor nevenbestemming (niet voor herbestemming). Voorwaarde voor deze subsidies is een gemeentelijke beleidsvisie op parochiekerken of een parochiekerkenplan.

Lange termijnvisie

De lange termijnvisie per gemeente is dus decretaal geregeld, en moet diverse elementen bevatten:
– parochiekerken als gebouw, met onder meer de cultuurhistorische waarde, de architecturale mogelijkheden, de bouwfysische toestand, de mogelijkheid tot compartimentering, …
– parochiekerken in hun ruimtelijke omgeving: sociaal, cultureel, stads- of dorpsgezicht, landschap
– actueel gebruik en functie van de parochiekerken
– mogelijke interesse van andere actoren voor nevenbestemmingen (tentoonstellingen, culturele activiteiten, toerisme...)

 


Afbeelding1 Caritas int be cmyk 110px logocaritas 110px Afbeelding7  orbit2  Afbeelding2   Afbeelding6  welzijnsschakels  Wzz Logo 2 WEB