Op 18 april 2020 – pal in de eerste corona lockdown – overleed de Vlaamse protestantse bijbelwetenschapper Egbert Rooze. Hij liet een boeiende erfenis achter binnen de politieke Bijbellezing (korte levens -en literaire biografie hier).

Zijn plotse overlijden betekende ook een groot verlies voor Ecokerk, waarvan hij sinds de oprichting in 2005 een gedreven bondgenoot en inspirator was (Ecokerk in memoriam hier).

Tweeënhalf jaar na dit verlies sloegen Ekklesia Breda en bijbels leerhuis Zinsverband de handen in elkaar om Roozes gedachtengoed opnieuw in de schijnwerper te zetten. De vrucht hiervan was het internationaal bijbelsymposium ‘Herstellende gerechtigheid’, dat op vrijdag 14 oktober 2022 plaatsvond in de Lutherse kerk in Breda. Doel van deze studiedag was niet alleen om stil te staan bij het werk van Egbert Rooze, maar vooral ook vanuit zijn politieke Bijbellezing sporen te trekken naar de toekomst. 

 

 

   

Ina Koeman2

De spits werd afgebeten door dominee Ina Koeman, die 21 jaar als protestantse stadspredikante actief was in Antwerpen (zij ging in juni 2018 op pensioen). Doorheen de jaren werkten zij en Egbert Rooze veel samen, o.a. aan zgn. ‘leerhuizen’ of workshops over politiek getinte bijbelthema’s. In haar lezing ‘Leven en werk van Egbert Rooze’ putte Koeman rijkelijk uit haar herinneringen. 

Rooze’s eerste boekje, ‘Het Tenachbrilleke’, werd in verschillende talen vertaald en op vele plekken gelezen: in Vlaanderen en Nederland, tot Zuid-Afrika, Ghana en Rwanda – allemaal plaatsen waar Rooze werkzaam was. Dit boekje zette direct Rooze’s denkspoor en de daarmee intens verbonden bijbels-politieke oproep in de verf: de Profeten doorzien de werkelijkheid en de ‘shit’ ervan, en roepen het volk en de koning telkens weer terug naar het middelpunt. De vreugde van de Thora is een bevrijding van ellende – een uittocht uit Egyptische duisternis en benauwdheid. Bijbellezing en geloof mochten daarmee nooit vrijblijvend zijn voor Rooze: hij wilde mensen van hun stoel krijgen, hen oproepen tot maatschappelijke actie. De Bijbelboeken zijn geen verhalen voor het slapengaan, maar een oproep om op te staan tegen de uitoefening van verpletterend, mensonterend machtsmisbruik.

“De politieke betekenis van de Bijbelverhalen: daar ging het hem om. De boodschap van bevrijding en opstanding in de Bijbel is zó groot, dat het besef doordringt dat bevrijding en opstanding ook nu weer kan plaatsvinden.” – ds. Ina Koeman

Rooze trok daarom zelf de straat op om te protesteren tegen allerlei wantoestanden. Met de strijd tegen het onrecht is een bijzonder punt uit zijn denken verbonden, dat beroering wekte op het bijbelsymposium toen Koeman het ter sprake bracht: de noodzaak, in extreme situaties, om bevrijdend geweld te gebruiken. Rooze geloofde dat inzake mens-vernietigende regimes de problematiek van vuile handen maken niet uit de weg kan worden gegaan. Om mensenlevens te redden – ervoor te zorgen dat mensenlevens niet verder worden kapot gemaakt – zijn er situaties waarin er geen andere optie meer overblijft dan zélf geweld gebruiken om verder geweld een halt toe te roepen. 

Een voorbeeld hiervan is de verzetsstrijd tegen vernietigende regimes: gebruik van geweld tegen Duitse officieren tijdens WO II, tegen staatspolitie in het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Met zulke acties kan je niet garanderen dat je geen onrecht begaat: dat is vuile handen maken. Het bevrijdend geweld is daarbij in staat ander geweld te stoppen, maar kan geen alternatief bieden. De kwestie of geweldloos protest hier een alternatieve strategie is die het geweld van kapotmakende regimes daadwerkelijk kan stopzetten, bleef een discussiepunt voor de aanwezigen.

 

 

Marco Visser2

Dr. Marco Visser, predikant in Rotterdam en post-doc onderzoeker aan de Protestantse Theologische Universiteit, spitte het thema ‘Religie en geweld’ verder uit. Daarbij vertrok hij van Rooze’s boek over geweld in het Oude Testament, ‘Amalek geweldig verslagen’. In het Oude Testament vinden we zeer gewelddadige gebeurtenissen, wat voor vele mensen een reden is geweest om deze stukken over te slaan, of afstand te nemen van de Bijbel als geheel. Een andere route is de zaak te proberen te sussen, door de afstand tussen het Oude en Nieuwe Testament zo groot mogelijk te maken bijvoorbeeld: het Nieuwe Testament verkondigt gelukkig de naastenliefde en we hebben de Bergrede…

Visser stelde de zaak scherp door er op te wijzen dat dit niet lukt: direct aansluitend bij zijn Bergrede zegt Jezus dat de hele Tenach overeind blijft (Mat. 5:17-18: “Denkt niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten op te heffen (…) totdat hemel en aarde vergaan, zal geen letter of komma van de Wet vergaan”). De Bijbel is een tekst, maar wel een doorleefde tekst, die iets openbaart over de ziel van de mens op aarde. Het is een spiegel van hoe het zit met de mens – daarom zit er ook geweld in, is het een pijnlijk en gewelddadig verhaal, anders zou het geen echte spiegel van de menselijke ziel zijn.

“Het visioen van de Bijbel is een bewoonbare aarde: vrede voor mensen, goed leven op aarde. Die vrede is het resultaat van een bevrijdingsgeschiedenis, van een voltooide bevrijding – daar moet voor gevochten worden, het is een tegenverhaal.” – dr. Marco Visser

Nu komt het er geweldig op aan hoe je deze teksten leest: hier heeft Egbert Rooze grote hulp geboden. Een essentieel inzicht is dat de Bijbelverhalen zijn geschreven voor de verdrukten, het getto, de schuilkelder – zo begint het gebruikte geweld zin te krijgen. Ze zijn geschreven vanuit de onmacht, de crisis, de ellende. Ook Ina Koeman bevestigde dit: in het Bijbellezen met allerlei minderbedeelde groepen, komen deze mensen steeds tot de conclusie dat het verhaal over hén gaat. In de wereld heb je verdrukkende machten en verdrukte mensen, en de Bijbel kiest radicaal partij voor de laatsten. Er moet dus gestreden worden tegen verdrukkende machten.

De volgende vraag wordt dan: hoe? Wat is dan bevrijdend vechten? Visser legde hier de nadruk op twee elementen uit de Bijbelse verhalen: geloof en zelfkritiek. Geloof is hier het vertrouwen dat er een Ander aan het werk is. In laatste instantie is het niet onze strijd: het is Gods strijd. Dat betekent niet: alles uit handen geven, ophouden met zelf op de barricaden te klimmen. Ten tweede moeten we in ons vechten tegen verdrukking altijd zelfkritisch blijven: is wat we aan het doen zijn nog dienstbaar aan de bevrijdingsgeschiedenis van God, Degene wiens strijd het is? We moeten op onze hoede blijven voor de cyclus van geweld.

 

 

Alex Van Heusden2

Alex van Heusden, die als Bijbelwetenschapper gespecialiseerd is in Joodse literatuur en de geschiedenis van het vroege christendom, zette de politieke Bijbellezing verder met een zorgvuldige historische politieke kadering van het Johannesevangelie. Daarbij hanteerde hij de leessleutel die door Paul de Witte en Egbert Rooze werd ontwikkeld in hun boek ‘De Messias en de macht van Rome’.

Een cruciaal inzicht is dat de vier evangeliën in de twintig jaar na de catastrofale gebeurtenissen van de Joodse Oorlog (66-70 n. Chr.) werden geschreven en met de gevolgen ervan rekenden – ze getuigen van de traumaverwerking van de evangelieschrijvers, van hun worsteling met de dramatisch verslechterde omstandigheden van het joodse volk. De Romeinse legioenen hadden de Tempel en de hele stad Jeruzalem in de as gelegd, velen joden waren omgekomen, de diaspora was begonnen. Met die historische blik wordt het vruchtbaar de schrijver van het Johannesevangelie te kaderen als iemand die het verhaal van Jezus schrijft als een gecodeerde tekst om in een duistere repressieve tijd verzet te bieden. Anders gezegd: een totaal gedepolitiseerde lezing doet geen recht aan dit evangelie.

“Het kan niet genoeg beklemtoond worden dat de vier evangeliën geschreven werden in een naoorlogse tijd, en de impact daarvan meedragen. De geschiedenis van het christendom is getekend door een totaal gedepolitiseerde lezing daarvan.” – Alex van Heusden

Doorheen zijn lezing gaf Van Heusden verschillende voorbeelden van zulk een historische politieke lezing van het Johannesevangelie. Dieper beschouwd, schetste hij, stond de schrijver van dit evangelie een groots visioen voor ogen: alle stammen van Israël verenigen rond een nieuw centrum – Jezus, 'het licht van de wereldorde'. Het woord ‘kosmos’ in de Griekse brontekst wordt bijna altijd als ‘wereld’ vertaald, terwijl het in het Grieks de rijkere betekenis heeft van ‘mooi geordend geheel’. Hier op aarde staat het woord ‘kosmos’ voor een georganiseerde samenleving – dus niet zomaar de wereld of de planeet, maar de manier waarop deze wereld door mensen geordend is.

In de tijd dat de evangelist schrijft, is de ‘kosmos’ de repressieve Romeinse wereldorde, een wereldorde die het menselijk samenleven in duisternis hult. Door Jezus de titel 'licht van de wereldorde' te geven, maakt de evangelist een politiek statement. Bovendien gaat hij daarmee lijnrecht in tegen de politieke strategie die de overlevende Schriftgeleerden na de vernietiging van de Tempel ontwikkelden om de Romeinse overheersers te sussen. Aan de vernietiging van Jeruzalem ging namelijk een burgeroorlog vooraf tussen verschillende joodse facties met elk hun eigen Messias. Na de catastrofale gebeurtenissen dicteerden de Schriftgeleerden het volk dat elke verwijzing naar een Messias vermeden moest worden.

 

 

Franck Ploum2

Rooze’s boek over ecospiritualiteit, ‘Schepping is bevrijding. Verassende ecologie in de Bijbel’ (2005) kwam tot stand in samenwerking met Ecokerk, en werd in Vlaanderen enthousiast onthaald. Het boek was op dat moment precies wat Ecokerk nodig had: een gedegen reflectie over de scheppingstheologie die kon helpen om de inhoudelijke fundamenten van de werking te versterken. 

Franck Ploum, theoloog en oprichter van Ekklesia Breda en bijbels leerhuis Zinsverband, zette de brandend actuele thema’s van dit spiritueel pamflet uiteen in zijn lezing ‘Herstellende gerechtigheid – mensenrecht en ecologische bekering’. De centrale uitdaging die hij daarbij belichtte is de omvorming van de steeds weer oprukkende ‘woestheid en leegte’ (tohu-bohu). Tohu-bohu, ‘woest en ledig’, is een woordpaar dat we in de Bijbel slechts tweemaal tegenkomen. De eerste keer in Genesis 1: de aarde is ‘woest en ledig’ voordat God haar omvormt door te beginnen met scheppen. De tweede keer in Jeremia 4, waarin we een concreet beeld krijgen van wat ‘woest en ledig’ betekent. Hier beschrijft de profeet Jeremia de totaal verwoeste conditie van de stad Jeruzalem en het beloofde land Kanaän.

“Ik zag het land en zie: het was woest en leeg.
Ik zag de hemel, zij droeg geen licht meer.
Ik zag de bergen en zie: zij beefden.
Ik zag alle heuvels, hoe zij schudden.
Ik zag en zie: er was geen mens meer
en alle vogels van de hemel waren gevlogen.
Ik zag en zie: het bouwland was een woestijn,
alle steden lagen in puin (…).” – Jer. 4:23-26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is onheilspellend hoe goed deze woorden passen bij beelden die we dagelijks via de TV binnenkrijgen: die van de kapotgeschoten steden in Oekraïne en de door moessonregens weggespoelde dorpen in Pakistan, bijvoorbeeld. Tohu-bohu is dan ook geen woordpaar dat een gebeurtenis in het verleden beschrijft, maar een bestaansconditie die zich telkens opnieuw voordoet en die vraagt om bevrijding. Hoe komt het dat ‘woestheid en leegte’ telkens weer oprukt op aarde?

De oorzaak is dat mensen er niet in slagen hun hebzucht te beteugelen. Het is de menselijke eigenschap die verreweg leidt tot de meeste oorlogen en crisissen. Waar ‘woestheid en leegte’ oprukt op aarde, ligt er telkens een bodem vernietigende hebzucht onder. Het gaat hierbij om de drang naar verrijking en luxe ten koste van anderen, niet alleen in haar meest krasse vorm (bv. verdrijving van inheemse volkeren uit hun traditionele woongebieden, roofbouw op natuurlijke rijkdommen, de economische uitbuiting van arbeiders in sweatshops,…) maar ook in haar ‘banale’ vorm: de dagdagelijkse bezitsdrang die ons snel besluipt – ons geloof dat we niet genoeg zijn zonder aanknoop van de nieuwste thermostaat, auto, PC,…

Waar ‘woestheid en leegte’ om zich heen grijpen, klinkt de roep om bevrijding. Hoe ziet die bevrijding eruit? Keer terug naar de Thora zullen de profeten van het Oude Testament zeggen: verlaat de afgodendienst, verlaat de geldgod die roofbouw pleegt, de hebzuchtgod die zegt dat je nooit genoeg kunt bezitten, en keer je weer om naar de Ene, die afdaalde, die zag en die kwam bevrijden (Exodus). In onze tijd, onderstreepte Plouck, vraagt de omvorming van tohu-bohu om een specifieke ommekeer: de terugkeer naar mensenrechten en ecologische bekering. De prioritisering van mensenrechten en ecologische omschakeling gaat hand in hand met de ontmaskering van onze hebzucht: we worden ons bewust van onze verafgoding van een economisch systeem waaraan dagelijks mensenoffers worden gebracht.

Als we hierbij echt vooruitgang willen boeken, aldus Plouck, dan zullen we de wereldwijde solidariteit moeten heruitvinden. Solidariteit gaat niet om de vraag hoe iedereen hetzelfde kan krijgen als wat ik heb. Solidariteit houdt ons een spiegel voor en bevraagt onze bereidheid daaruit de praktische gevolgen te trekken: waar komt mijn rijkdom vandaan? Met welke grondstoffen zijn de producten gemaakt waarvan ik geniet? Wie zwoegde daarvoor? Is het waar dat de slavernij in de twintigste eeuw is afgeschaft? Is er vandaag nood aan herstellende gerechtigheid? Wat is daarvoor nodig?

 

 

zonnewijzer

 

BroederlijkDelen logoNEW FullColorWeb 160px logocaritas 110px Caritas int be cmyk 110px Afbeelding7 orbit2 paxchristi present logo 110 180228 LogoWZS 120px wzz logo vzw 200px