Op 9 oktober 2025 publiceerde paus Leo XIV zijn eerste grote tekst, de apostolische exhortatie “Dilexi te”.
Volgend in de voetsporen van zijn voorganger, paus Franciscus, wijst Leo XIV op de liefde voor de armen en herinnert ons eraan dat zorg voor de armen geen vrijblijvende keuze is, maar het hart van het evangelie vormt.
NRV voorzitter Johan Verstraeten geeft hieronder een samenvatting en beschouwing bij Leo XIV’s oproep.
Met zijn zeer leesbare en geëngageerde apostolische exhortatie “Dilexi te”, werkt Leo XIV een visie uit in continuïteit met zijn voorganger paus Franciscus: leven als christen vereist dat men bereid is zowel persoonlijk als maatschappelijk de naaste te worden van de armen.
Armoede is geen keuze
Geïnspireerd door een aantal verwijzingen naar het evangelie en het Tweede Vaticaans Concilie, wordt in het eerste hoofdstuk gewezen op het centrale belang van de parabel van de barmhartige Samaritaan. En op het feit dat de voorkeursoptie voor de armen en het luisteren naar de schreeuw van de armen, de basis is van de hernieuwing van de kerk, die “ons in staat stelt ons te bevrijden van een kerk die alleen naar zichzelf verwijst” (nr. 7).
Volgens Leo XIV wordt de wereld nog steeds gekenmerkt door talrijke vormen van armoede, ongelijkheid en ondervoeding. Daarom is een engagement voor de armen, alsook het elimineren van de structurele oorzaken van armoede, meer dan noodzakelijk. Er moet ook een oplossing komen voor de culturele oorzaken van armoede, alsook voor de onverschilligheid en het geweld tegen vrouwen (9-11).
De armen zijn echter niet alleen mensen die hun lijden passief ondergaan. Zij geven ook blijk van veerkracht. Dat is bijzonder krachtig in de dagelijkse strijd van vrouwen om hun gezin te beschermen.
Leo XIV keert zich in dit hoofdstuk tegen interpretaties die men ook bij christenen vindt, die de ernst van armoede in vraag stellen of armoede relativeren vanuit een meritocratische opvatting. Armoede is geen keuze!
Paus Leo herhaalt dat wij ons moeten blijven identificeren met de barmhartige Samaritaan. Dat gebeurt nog onvoldoende, want wij zijn nog altijd analfabeten met betrekking tot het ‘compagnon’ worden en de ondersteuning van de meest kwetsbaren en zwakken.
God kiest de armen en verdrukten
Het tweede hoofdstuk handelt over God die de armen verkiest.
In het perspectief van Gods liefde, betekent de voorkeursliefde voor de armen niet dat anderen zouden uitgesloten of gediscrimineerd moeten worden. Wel is het zo dat de universaliteit van de liefde van God voor de mensheid in de eerste plaats gericht is op iedereen die gediscrimineerd en verdrukt wordt. Juist omwille van de universaliteit van de liefde moet de kerkgemeenschap een beslissende keuze maken voor de zwaksten.
De tekst doorloopt teksten uit het oude en nieuwe testament waaruit Gods bijzondere liefde tot de armen blijkt. Daarbij wordt zonder aarzelen gesproken over de ‘bevrijding’ van de armen (nr. 21). De paus vraagt zich af “hoe het toch komt dat ondanks de duidelijk bekommernis van de schriften met betrekking tot de armen, zovelen nog denken dat zij hen rustig kunnen uitsluiten uit hun bekommernissen” (nr. 23).
Men kan God niet beminnen zonder liefde tot de armen, en de liefde tot de naaste is het reële bewijs van de authenticiteit van de liefde tot God (nr. 26). Talrijke sterke teksten met duidelijke voorbeelden uit het Nieuwe Testament komen aan bod, alsook de praktijk van de eerste christenen.
Een arme kerk voor de armen
Het derde hoofdstuk gaat over ‘een kerk voor de armen’.
Hiermee sluit paus Leo expliciet aan bij de wens van paus Franciscus dat ‘de kerk een arme kerk voor de armen zou zijn’. Wat trouwens ook de wens was van de bisschoppen die tijdens het tweede Vaticaans concilie het pact van de Catacomben onderschreven hebben.
Leo XIV doorloopt de geschiedenis van de kerk met een mooi overzicht van de standpunten van kerkvaders, en van de talrijke initiatieven doorheen de eeuwen van armenzorg, ziekenzorg en sociaal engagement in het monastieke leven. Bijzondere aandacht gaat naar Johannes Chrysostomos en Augustinus.
Daarop volgen interessante paragrafen over de zorg met betrekking tot de gevangenen, onderwijsinitiatieven voor de armen, ‘compagnon’ worden van migranten, en niet te vergeten: de volksbewegingen. De leiders van volksbewegingen worden vaak vervolgd omdat zij opkomen voor de rechten van de armen, en strijd voeren tegen de structurele oorzaken van armoede en ongelijkheid (nr. 80-81). Leo XIV beklemtoont hierbij dat zij ervoor zorgen dat het engagement geen actie voor de armen wordt, maar actie met en door de armen. Hij voegt er aan toe dat men dit perspectief ook in de kerk ernstig moet nemen.
Hulpacties bij dringende noden zijn noodzakelijk, maar er moet ook gewerkt worden aan fundamentele oplossingen.
De strijd tegen sociale zonde
Hierop volgt een vierde hoofdstuk over de sociale leer van de Kerk.
Daarin wordt niet alleen een beknopt overzicht geboden van de teksten die door of namens de pausen, of het Tweede Vatikaans concilie werden geschreven: onder meer de pastorale constitutie "Gaudium et spes". Er wordt eveneens gewezen op het belang van de standpunten van ‘de nationale en regionale bisschoppenconferenties’, met een bijzondere verwijzing naar bisschop Romero en de Latijns-Amerikaanse bischoppenconferenties van Medellin, Puebla, Santo Domingo en Aparecida.
Geïnspireerd door de bijeenkomst in Medellin, spreekt de paus naast de liefde als transformatieve kracht ook over actie tegen ‘zondige structuren’ (nr. 93). Hulpacties bij dringende noden zijn noodzakelijk, maar er moet ook gewerkt worden aan fundamentele oplossingen. Dit is niet alleen een kwestie van concrete veranderingen, maar ook van de herovering van onze morele en spirituele waardigheid.
Paus Leo bedoelt daarmee niet iets vaags, want dit standpunt wordt onmiddellijk gekoppeld aan de strijd tegen ongelijkheid, de strijd tegen de cultuur van het succes en van het overdreven beklemtonen van de privé eigendom (nr. 95). Zich niet engageren is het bestaande onrecht legitimeren. In het spoor van paus Franciscus pleit Leo XIV ook voor een bijzonder zorg voor de leefbaarheid van steden.
De paus vraagt zich af “hoe het toch komt dat ondanks de duidelijk bekommernis van de schriften met betrekking tot de armen, zovelen nog denken dat zij hen rustig kunnen uitsluiten uit hun bekommernissen”.
Een mooi citaat komt uit Franciscus’ exhortatie "Dilexit nos": de sociale zonde “neemt de vorm aan van een zondige structuur in de samenleving, die vaak geworteld is in een dominante mentaliteit die als normaal of redelijk beschouwt wat niets anders is dan egoïsme en onverschilligheid. Dit fenomeen kan men sociale vervreemding noemen”. En in zijn eigen tekst vervolgt paus Leo dat deze vervreemding leidt tot het vinden van theoretische excuses, en het niet zoeken naar oplossingen voor wie vandaag te lijden heeft. Daarom moeten wij ons meer dan ooit engageren om de structurele oorzaken van armoede op te lossen (nr. 93).
"Dilexi te" beklemtoont vervolgens dat sociale inzet een zaak van alle gelovigen is, en in het bijzonder de herders en de verantwoordelijken. Opvallend zijn de paragrafen over de armen als subjecten. Verwijzend naar de tekst van de bisschoppenconferentie in Aparecida, spreekt paus Leo over “de noodzaak om de gemarginaliseerde gemeenschappen te beschouwen als subjecten die in staat zijn hun eigen cultuur te scheppen. Zij mogen niet gereduceerd worden tot de objecten van goede werken”.
Deze gemeenschappen hebben volgens Leo “het recht om het evangelie te beleven, hun geloof te vieren en te verkondigen volgens de waarden die in hun cultuur aanwezig zijn. Hun ervaring van armoede geeft hen het vermogen om aspecten van de realiteit te ontdekken die anderen niet kunnen zien, en daarom moet de maatschappij (en ook de kerk) naar hen luisteren” (100).
De armen zijn ook subjecten van evangelisatie, en wij moeten ons door hen laten evangeliseren en geïnspireerd door hen ons leven vereenvoudigen. Dat vraagt vanwege de kerkgemeenschap een ‘liefdevolle aandacht voor de ander’, en een cultuur van de directe ontmoeting. Daarbij worden uitdrukkelijk diegenen geprezen die gekozen hebben om tussen de armen te leven. Het is een keuze die tot de meest verheven keuzes in het evangelische leven behoort (101).
Werk dat op ons wacht
Het laatste hoofdstuk draagt de titel: een permanente uitdaging.
De liefde tot de armen, in de sterke betekenis van het woord zoals in de vorige hoofdstukken werd verduidelijkt, is een ‘essentieel element’ van het geloof en van het hart van de Kerk. “Als lichaam van Christus, ervaart de Kerk het leven van de armen als haar eigen ‘vlees’”, en de evangelische garantie van de trouw aan het hart van God. De armen zijn niet zomaar een sociaal probleem, maar een integraal onderdeel van de kerkgemeenschap zelf. Zij zijn de onzen.
Om het belang hiervan de onderstrepen, herhaalt paus Leo dat wij ons moeten blijven identificeren met de barmhartige Samaritaan. Dat gebeurt nog onvoldoende, want wij zijn nog altijd analfabeten met betrekking tot het ‘compagnon’ worden en de ondersteuning van de meest kwetsbaren en zwakken. Er heerst op dat punt nog steeds een ernstige lacune in onze samenleving en in de christelijke gemeenschappen.
En nogmaals herhaalt de paus dat de kwestie van de armen ons bij de essentie van de kerk brengt. Dat zij niet alleen een sociale categorie zijn, maar het lichaam van Christus.
De armen zijn niet zomaar een sociaal probleem, maar een integraal onderdeel van de kerkgemeenschap zelf. Zij zijn de onzen.
Helemaal in de lijn van Franciscus’ exhortatie over de vreugde van het evangelie, volgt dan een kritiek op die groepen in de kerk die van het geloof een privézaak maken. Alsook een kritiek op de “spirituele wereldsheid die versluierd wordt onder religieuze praktijken, met onvruchtbare bijeenkomsten en lege discours” (nr. 113). Ook de visie van sommigen dat het alleen maar zou gaan om ‘bidden en de ware leer te verkondigen’, of zich exclusief te wijden aan ‘een pastoraal voor de elites’ zonder zich te engageren om armoede, wordt hier bekritiseerd.
Hierop volgt nog een paragraaf over het geven van aalmoezen. Dit is geen argument tegen structurele veranderingen of de legitieme strijd voor rechtvaardigheid, maar de aalmoes brengt ons tot een directe ontmoeting waarbij wij de arme in het gelaat kijken en iets delen van onszelf. “De aalmoes is de vleugel van het gebed”, zei Johannes Chrysostomos.
De liefde is grenzeloos en breekt alle barrières. Welke vorm zij ook aanneemt, de strijd om de onrechtvaardige structuren te veranderen of een eenvoudig gebaar, zij is een teken dat de arme ervaart dat Christus tot hem of haar zegt: “ik heb je liefgehad”.
Tenslotte
Wat paus Leo XIV schrijft in “Dilexi te” is niet nieuw, maar wel een overtuigende bevestiging wat al decennia door geëngageerde christenen en theologen werd verwoord, zonder afbreuk te doen aan de persoonlijke liefdadigheid. Het zou zeer zinvol zijn dat de tekst in alle geledingen van de kerk niet alleen gelezen wordt, maar ook en vooral in de praktijk wordt gebracht.
Al te vaak wordt de diaconie, vooral in de vorm van maatschappelijke strijd tegen de structurele oorzaken van armoede, beschouwd als een secundaire opdracht van de kerk. Al te vaak wordt de diaconie in de structuren van de bisdommen een marginale plaats gegeven. Voor Leo XIV moet er dringend meer gedaan worden. In de zorg voor en met de armen staat de kern van de christelijke liefde op het spel, en dus ook de geloofwaardigheid van het kerk tout court.
Johan Verstraeten, voorzitter Netwerk Rechtvaardigheid en Vrede
Een Nederlandse vertaling van “Dilexi te” is nog niet beschikbaar. Op de website van het vaticaan is de tekst in verschillende wereldtalen te lezen.







